Niet zo lang geleden stond ik in de tuin met mijn vertrouwde gieter. Elke zomer hetzelfde liedje: bloemen die eerst vrolijk groeiden, maar in juli veranderden in zielige, slappe sprieten. Herkenbaar? Je zou denken dat we het kunstje onderhand wel kennen, maar deze zomer ontdekten mijn buurvrouw en ik iets nieuws — en geloof me, het werkt. Of nou ja, voor mij wél, maar misschien dat jouw hortensia’s er toch net anders op reageren…

Waarom je oude watergewoonten misschien niet meer werken
Op school leerden we: geef je planten water als ze dorstig lijken. Maar kijk om je heen op een hete dag—alles verdampt razendsnel. Tel daar een wispelturige Nederlandse zomer bij op (vorige week nog stortregen, nu weer hittegolf) en je snapt waarom de klassieke ‘één keer per dag in de ochtend’-methode soms niet meer voldoet.
Volgens mijn collega bij Intratuin — fervent plantenpersoon — is de ondergrondse watermethode nu helemaal in. Ze noemt het “de Netflix van het watergeven”. Zelf moest ik daar even om lachen, maar ik snap de vergelijking inmiddels wél: het werkt automatisch, zonder dat je continu hoeft te controleren.
De ‘ondergrondse watermethode’: wat is het eigenlijk?
In plaats van water bovenop de aarde te gieten, leg je een soort waterreservoir direct bij de wortels. Vaak is dat een ingegraven pot, fles, of zelfs een omgekeerde wijnfles — tikkie wonen-stijl. Het water sijpelt langzaam de grond in, precies op de plek waar je planten het nodig hebben.
- Vul een kunststof fles met water, maak kleine gaatjes in de dop.
- Steek deze schuin in de grond naast je bloemen.
- Bij hardnekkig droge plekken: probeer twee flessen per pot.
Ik kocht m’n eerste ‘Ollas’ (porseleinen waterpotjes) bij de lokale tuinwinkel — tussen de bakken HEMA-potten en AH moestuinschijven, trouwens — en daar begon de lol. Zelfs m’n buurman (die met die hyperstrakke buxus) viel het op dat mijn dahlia’s eindelijk overeind bleven staan. Geen grap.
Voordelen (en wat kleine kanttekeningen)
Wat ik merkte: de bloemen kregen rust. Geen natte bladeren meer (minder kans op schimmel, daar wees m’n moeder me alweer terecht op). En ik vergat minder snel om water te geven — want de flessen moesten maar eens per drie dagen bijgevuld worden.

Natuurlijk, het vraagt even wat voorbereiding. Zo bleef mijn eerste fles scheef in de aarde staan, met een modderbad tot gevolg. En m’n collega zei dat bij heel zware kleigrond deze methode minder diep doordringt. Dus: probeer het uit, kijk of het past bij jouw tuinsituatie.
Tips uit eigen ervaring (en van de buurtapp)
- Je hoeft geen dure ‘Ollas’ te kopen — een omgekeerde pet-fles werkt.
- Leg wat steentjes rondom de opening, zo voorkom je muggen in het reservoir.
- Water op regenachtige dagen? Gewoon de flessen overslaan.
- Vooral handig voor potten en verhoogde bakken (in de volle grond soms wat lastiger).
Maanden terug bespraken we het in de buurtapp: wie zorgt tijdens de vakantie voor de planten? Nu lost m’n DIY-systeem dat vanzelf op — hoewel m’n dochter nog steeds denkt dat planten water nodig hebben “als ze schreeuwen”. Tja.
Even eerlijk: werkt het voor iedere bloem?
Niet zeker. Mijn petunia’s gingen er beter op, maar een dorstige lavendel bleef sikkeneurig — misschien toch een bodemprobleem, wie zal het zeggen. In het forum van Groei & Bloei las ik dat je vooral niet moet overdrijven: teveel waterreservoirs is ook weer niet goed. Dus, ga stap voor stap. Kijk wat doet, vraag je buur in de pauze van Feyenoord-Ajax wat bij hem werkt. In Rotterdam-Zuid zweren ze bij kleikorrels, hoor ik in de wandelgangen.
Samengevat: red je zomerbloemen, maar wel een beetje met beleid
De ondergrondse watermethode klinkt revolutionair, maar het is eigenlijk ouderwets slim. Probeer het gewoon eens uit deze week — al is het maar met een lege spa-fles naast je tomatenplant. Heb je zelf nog gekke methodes? Deel ze vooral, want uiteindelijk wil iedereen toch gewoon een beetje kleur in de tuin. In de zomer. Ondanks alles.



