Onlangs hoorde ik op de markt in Haarlem een oudere meneer zeggen: “Je moet pas na je vijftigste met wijn bezig.” Even later realiseerde ik me dat hij niet de enige is. Cijfers én verhalen uit mijn vriendenkring laten het zien: steeds meer vijftigplussers beginnen met het planten van druivenstokken — terwijl jongeren toch ‘serieuzer’ met groen bezig lijken. Waarom eigenlijk?
Wie zijn die nieuwe wijnboeren?
Laten we eerlijk zijn: als je jong bent en je hoort ‘wijngaard’, denk je meestal aan Zuid-Frankrijk, of misschien aan die hippe ondernemer in Zeeland die zijn eigen pinot gris bottelt. Toch zijn het vooral mensen van 50+ die zich hieraan wagen. Volgens een onderzoek van de Nederlandse Wijnbouwersbond (ik wist niet eens dat die bestond, trouwens) is de gemiddelde nieuwe wijngaardbezitter… juist: 56 jaar. Mijn buurvrouw uit Amstelveen begon er vorig jaar zelfs mee in haar achtertuin.
Wat trekt hen zo aan (en waarom jongeren afhaken)?
- Tijd en geduld. Druiven hebben rust en regelmaat nodig – en daar kom je vaak pas na je vijftigste aan toe. Jongeren? Die hoppen nóg liever naar festivals of co-workingplaces.
- Ruimte. Veel 50-plussers verhuizen naar een huis mét tuin. Niet iedereen, maar kijk maar eens om je heen in villawijken bij Utrecht of het Gooi.
- Zoektocht naar betekenis. Net als mijn collega Mark, die na dertig jaar in finance “iets wilde maken dat langer meegaat dan een kwartaalrapport”.
- Sociale drijfveer. Wijnrondes met vrienden klinken toch gezelliger dan weer een avond op WhatsApp…

Niet alleen romantiek: het praktische verhaal
Overigens denken mensen vaak dat wijn maken vooral draait om Franse hoedjes, proeverijen en mooie flessen. Misschien deels waar… Maar wie ooit een stok geplant heeft, weet: elke lente schimmels, slakken, schoffels en snoeiwerk. Mijn nicht uit Breda vertelde zelfs dat ze haar eerste jaar alles kwijt was door meeldauw. Ze zei: “Volgend jaar beter, misschien zijn we allemaal gewoon te ongeduldig.” Zou kunnen.
Veranderende mentaliteit na je 50e
Op je veertigste droom je nog van snelle resultaten — dat herken ik zelf helaas ook maar al te goed. Op je vijftigste is het de lange adem die telt. Wijn maken kun je niet ‘rushen’. Je moet jezelf de tijd geven, fouten toelaten, accepteren dat je soms een jaar voor niets werkt. Misschien hebben jongeren daar minder geduld voor. Of minder tijd. Of misschien ligt het gewoon aan het feit dat je na je 50e vrienden hebt die allemaal gek zijn op eigen gemaakte wijn…

Praktische tips voor wie overweegt: is druiven dé nieuwe hobby?
- Begin klein: één of twee stokken, liefst van het soort Regent of Johanniter (gaat goed in NL-klimaat — tip uit het tuiniersforum van Almere).
- Bedenk waar je wilt planten: zon, wind, droge voeten. Mijn moeder zegt altijd: “In de schaduw groeit geen druif, alleen schimmel.”
- Reken op teleurstelling in het eerste jaar – presteren doet zo’n stok pas na drie jaar.
- Vraag eens rond: in bijna elk dorp is wel iemand die te veel druiven heeft, en je mag altijd eens kijken of helpen. In ons buurtappje verschijnen elke herfst druiven over — en niemand die ze allemaal werkt op krijgt.
Tot slot: niet alles is maakbaar, maar wel bijzonder
Misschien werkt het bij u anders. Misschien zijn er straks weer jonge wijnmakers die alles sneller en creatiever aanpakken. Maar ik merk: voor veel vijftigplussers is het planten van druiven een vorm van vertragen, delen en — wie weet — een eigen fles wijn op tafel brengen. In mijn vriendenkring leeft nu zelfs het idee om een gezamenlijke mini-wijngaard te starten. Of het iets wordt? Geen idee. In de praktijk blijkt wijnbouw altijd weer grilliger dan je dacht — maar misschien is juist dát de charme.
Heeft u al druiven geprobeerd — of zijn er tips die echt niemand kent? Laat het vooral weten in de comments. Zal wel weer discussie opleveren, maar dat hoort er een beetje bij. Zo gaat het in de tuin — en eigenlijk overal…



