Dacht je dat de moestuin alleen is voor wie een enorme lap grond en volle zon heeft? Niet dus. Er bestaat een groente die weinig mensen nog kennen — en die het stiekem fantastisch doet in de schaduw tussen schuttingen, schuurtjes of dat eeuwig koele hoekje achter het huis. En nee, het zijn dus echt geen erwten of bonen, hoewel ze er een beetje op lijken. Wie vaker op de markt komt in Rotterdam of bij een lokale boer haalt wellicht een bevriende tip — want deze groente is in de vergetelheid geraakt, ook hier in Nederland…
Maak kennis met de kapucijner-erwt (of: veldwten)
Twee maanden geleden struinde ik door een vergeten tuin buurtje in Utrecht — en jawel, daar stonden ze: veldwten. Ook wel ‘kapucijner-erwt’ genoemd. Vroeger algemeen, nu vooral te vinden bij oudere volkstuinders of in obscure biologische hoekjes bij De Groene Passage. De bonen lijken op dikke erwten, maar verrassing: ze zijn niet hetzelfde. Ze komen van een robuuste plant die half schaduw eigenlijk juist prettig vindt, en je hoeft er amper iets aan te doen.

Waarom groeit dit spul zo goed in de schaduw?
Hier moest ik dus even navragen. Mijn buurvrouw — ze is tuinier in hart en nieren — zweert bij veldwten voor de noordmuur. “Ze worden niet slap in de schaduw,” zegt ze. “Sterker nog: ze smaken fijner, minder melig.” Misschien komt het doordat de plant al jaren is aangepast aan ons grillige weer. Je hoeft niet te stoeien met bemesting; gewone Nederlandse kleigrond en een beetje regen, en daar gaan ze. En: slakken laten ze vrijwel met rust — als je geluk hebt.
Hoe kweek je deze vergeten krachtpatser?
- Zaaien: Maart of begin april (ja, zelfs als het nog koud is).
- Locatie: Schaduwrijke plek, liefst halfschaduw — achter je fietsenschuurtje is prima.
- Water: Alleen in lange droge periodes bijgieten. Anders: regen doet het werk.
- Onderhoud: Eén keer aanbinden als ze groter worden, verder vooral met rust laten.
Dat is het. Mijn schoonvader uit Groningen zegt dat z’n kapucijners het ieder jaar overleven, zelfs als hij ze per ongeluk vergeet tot juni.

Wat kun je ermee?
Oudere generaties maakten er dikke soepen van — typisch iets wat je oma op tafel zette in november met een klodder mosterd. Maar ik heb het laatst eens geprobeerd in een couscous. Werkt perfect, beetje bite, beetje zoetig. Mijn collega uit Haarlem roerbakt ze met knoflook en peterselie — alles rechtstreeks uit de tuin, zo’n beetje het echte slow food.
En mocht je net als ik soms twijfelen of nieuwe smaken wel in de smaak vallen aan tafel: je kunt ze ook pureren, binden in burgers of zelfs koud in salades gooien. In het ergste geval verdwijnen ze gewoon in de vriezer, geen ramp.
Waarom zijn ze dan zo vergeten?
Goede vraag. Misschien omdat ze er een tikje ouderwets uitzien? Of omdat supermarkten liever bonen uit Egypte verkopen? In ons “snel-snel” leven verdwijnt wat traag groeit uit zicht. Maar met het weer dat afgelopen maand weer alle kanten op ging, zijn veldwten juist ideaal: je hebt geen kas of speciale grond nodig, gewoon wat ruimte… en geduld. En misschien vind je het net zo verrassend als ik.
Kleine tips van de kenners
- Droog ze voor een voorraad: uitspreiden op een theedoek, klaar.
- Experiment: probeer ze eens te grillen met een beetje Zeeuws zeezout.
- Laat wat planten staan: de bloemen trekken bijen aan (ik zag het zelf in juni).
in ons tuin-appgroepje wordt al voorspeld dat kapucijners “het nieuwe oude superfood” worden — al weet ik niet of ik dat zelf zo snel geloof…
En nu?
Misschien heb je straks zin om wat veldwten te zaaien. Of niet, kan ook. Maar als je dit voorjaar door een vergeten stukje tuin loopt — kijk toch even in de schaduw. wie weet wat er nog groeit dat onze opa’s al waardeerden. Deel vooral je ervaring hieronder, of roep iets in je lokale moestuin-chat. In ieder geval: probeer het gewoon eens, je hebt niets te verliezen.
Kortom: straks ken je kapucijners niet alleen van woordgrapjes op Bingo-avonden, maar gewoon uit je eigen tuin. In ieder geval — zo ging het bij mij.


