Even een raar feitje om mee te beginnen: volgens een discussie in onze lokale tuin-app probeerde iemand maanden geleden wortels de verkeerde kant op te planten — dus met de groene loof naar beneden, wortelpunt omhoog. Klinkt als een experiment van een ongeduldige buurjongen, toch? Maar het resultaat was bepaald niet wat ik (of wie dan ook) had verwacht.
Waarom zou je wortelen ondersteboven planten?
In eerste instantie lijkt het complete onzin. Mijn moeder in Leeuwarden zou zeggen: “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” Maar nieuwsgierigheid wint toch vaak, zeker bij tuinieren. De theorie — ergens gelezen in een oud tijdschrift (vraag me niet welk) — luidt dat wortelen zo extra kracht moeten leveren om richting licht te groeien, waardoor ze sterker, robuuster worden.
Of dat echt hout snijdt… daar valt over te twisten. Maar je snapt: dat ga je toch proberen. Want soms levert eigenwijsheid de spannendste tuinkisten op.

Het experiment: hoe plant je wortelen ondersteboven?
- Neem stevige, jonge worteltjes uit de supermarkt of van de markt — het liefst lokale, zoals uit Noord-Holland.
- Snijd het groene loof niet helemaal af — laat zo’n 2 cm zitten.
- Graaf een kuiltje van zo’n 10 cm diep in losse aarde.
- Plaats de wortel met het loof naar beneden en het puntje omhoog.
- Bedek met aarde, geef wat water — en wacht af.
Klinkt simpel, of niet? Maar nu komt het gekke: in bijna alle gevallen groeit het loof alsnog omhoog, tegen alle logica in. Blijkbaar is de natuur toch sterker dan onze domme experimenten.
Wat gebeurt er echt? Het resultaat verbaasde zelfs mijn buurman
Bij mij duurde het drie weken voordat ik het eerste groene puntje boven de grond zag verschijnen. De wortel had zich omgedraaid in de aarde — als een soort kronkel. De wortel zelf kromt zich naar beneden, op zoek naar stabiliteit.
Mijn buurman Jos (die alles weet van Texelse grond, zegt-ie altijd) merkte dat sommige wortelen kleine beschadigingen kregen: alsof ze onderweg gestrest raakten. Maar — en dat vond ik interessant — de smaak werd niet slechter. Misschien wat kleiner dan normaal, maar nog steeds prima in de stamppot.

Is het verstandig om het zo te doen?
Heel eerlijk: ik zou er geen hele oogst zo aan wagen. Toch was het vooral ‘leuk voor de wetenschap’ — en let op, af en toe leverde het rare, bijna magische wortelvormen op. In frietzaak ‘De Patatterie’ hier in de buurt zagen ze er vast humor in.
Volgens sommige discussies (onze groepsapp loopt er nog steeds van vol) raken wortelen soms wat misvormd, of, heel soms, rotten ze langs de loofkant. Kan ook liggen aan te natte kleigrond — hoewel mijn nichtje in Groningen zweert dat het daar nooit een probleem is. Ik ben er niet zeker van dat álle grondsoorten dit kunnen hebben…
Wat kun je hier nou van leren?
- De natuur heeft haast altijd zijn eigen wil — soms doet een wortel er alles aan om te “corrigeren”.
- Voor kinderen of nieuwsgierige buren is dit hét perfecte mini-experiment in de achtertuin.
- De opbrengst is vaak wat kleiner en de wortelen krommer, maar eetbaar blijft het sowieso.
Dus ja, proberen mag, maar verwacht geen dubbele oogsten of mega-wortels. Misschien vooral een gespreksstarter op de zaterdagmarkt.
in het algemeen — als je zin hebt in een experiment dat net wat anders is dan anders, waarom niet? Misschien hebben jullie weer hele andere ervaringen.
Waag het experiment zelf — of deel jouw gekste tuinmomenten
Heb je het ooit geprobeerd, of een eigen tuinclash ooit gehad? Drop je verhaal hieronder — gezellig, toch? En mocht iemand een foto hebben van een superkromme wortel: stuur ‘m. Ik ben benieuwd wat er allemaal nog uit Nederlandse tuinen te halen valt…



