Vorige week liep ik door mijn wijk in Haarlem en zag ik iets wat ik nog nooit had gezien: een tuin vol met gigantische kroppen sla — echt formaat XXL. Even twijfelde ik of iemand stiekem een moestuinwedstrijd aan het houden was. Maar nee, dit was gewoon het resultaat van wat één oma met een beetje geduld (en nul kunstmest of bestrijdingsmiddelen!) wist te bereiken. Dus ja, ik kon het niet laten om haar geheim te ontfutselen.
Waarom zo’n enorme sla zonder kunstmest?
De meeste buren geloven: goede groenten? Veel mest, flink spuiten. Maar niet oma Truus — zij doet alles op haar eigen manier. “Kunstmest? Zonde van m’n geld,” zei ze. En dat blijkt te werken, want haar kroppen sla zijn bijna absurd groot. Volgens haar moeder was het altijd: “Je hoeft de natuur niet te forceren, geef het tijd.” Misschien werkt het, misschien is het geluk — een beetje van allebei, denk ik.
Haar simpele (en een tikje eigenwijze) aanpak
- Compost – Truus maakt alles zelf. Nooit zakken uit de tuinwinkel, maar gewoon schillen, koffieprut en herfstbladeren stapelen, weken laten liggen — klaar.
- Mulchen – ik kende dit woord nauwelijks. Gras of stro tussen de planten: houdt vocht vast en voedt de aarde vanzelf.
- Geen gif, geen stress – in haar tuin mag alles. Slakken, insecten — het hoort erbij. “De vogels eten de beestjes vanzelf,” lachte ze. Vorig jaar was er een invasie van slakken, maar uiteindelijk bleef genoeg sla heel.
- Lekker laten groeien – niks iedere dag bijmesten of sproeien. Gewoon wat water (regen doet de rest) en af en toe een praatje met de plant, “voor de sfeer”. Corry van de bakker zweert erbij.

Kan iedereen dit?
Misschien niet. Sommige grond in Nederland — vooral bij Rotterdam — is best arm. Maar Truus zegt: begin klein, met een paar handen compost. Vooral in juni, als de dagen lang zijn en de regen vaak ’s nachts valt. Ook in onze groepsapp werd getipt om af en toe wat gemalen eierschalen toe te voegen tegen slakken. Of het werkt? tja, mijn eigen sla heeft het overleefd.
Klein maar fijn: tips die ik zelf ga proberen
- Vraag rond in je buurt of iemand compost over heeft (onze buurman Hans deelt altijd een emmer uit in april).
- Laat wat onkruid staan — sommige soorten beschermen tegen luis, beweert mijn moeder altijd. Het ziet er onverwacht gezellig uit ook.
- Gebruik regenwater als het kan. Ik heb een oude emmer bij de schuur staan, scheelt toch weer kraanwater.
- Laat slakken soms gewoon begaan. Ze kunnen niet alles op in één nacht, en vogels worden er blij van.
Uiteindelijk is dit geen blitse “quick win”, maar echt slow gardening. Het duurt even voordat de grond meewerkt. Maar als het lukt… mijn collega’s snapten niet dat sla zó groot kan worden zonder een druppel gif.

Wat als het mislukt?
Tja, dan heb je tenminste geprobeerd — een beetje avontuur in de tuin. Zelf had ik vorig jaar amper sla over na een slakkenfeest, maar deze zomer probeer ik de oma-Truus-methode. Wie weet, misschien groeit er bij mij straks ook zo’n monsterkrop. In ieder geval geen kunstmest-rekeningen of schuldgevoel over het milieu.
Heeft u zelf nog oude groentetrucs of sla-ervaringen uit de polder? Deel ze gerust hieronder. Wie weet leer ik er nog wat van — in de tuin blijft niemand uitgeleerd, toch?



