Wist je dat er een oude Nederlandse appelsoort is waar zelfs je opa waarschijnlijk zelden over praatte? De Notarisappel — vergeten, haast onopgemerkt, en verrassend lekker. Als je, net als ik, nogal eens door Overijssel wandelt en denkt: “waarom ruikt het hier ineens naar cider?”, dan is de kans groot dat je deze lokale held over het hoofd hebt gezien. En dat terwijl je buurvrouw er ooit compote van maakte — dat verhaal hoorde ik laatst nog in onze dorpsapp.
Wat maakt deze appel speciaal?
De Notarisappel is allesbehalve zoet, maar geeft je net dat tikkeltje friszuur waar Granny Smith een puntje aan kan zuigen. Op Instagram kom je ‘m zelden tegen, maar in boomgaarden van Drenthe, Twente en zelfs in de Rotterdamse wijk Blijdorp — ja, daar dus — staat hij nog fier tussen jonger grut. Die appelbomen zijn er niet voor de sier: sommige exemplaren gaan al mee sinds de wederopbouw.

Hoe kun je hem herkennen naast de gewone appel?
- Niet-glanzende, lichtgroene schil met een roestig blosje — beetje alsof hij elke dag door een stuifzandstorm is gegaan.
- Formaat: tussen tennisbal en smallere sinaasappel, wat ongelijk rond. Niet iedere winkel valt voor die vorm.
- Vlees is stevig, bijna knisperend. Je krijgt er geen sponsgevoel van, gelukkig maar.
Eigenlijk vind je ze veel vaker dan je denkt — vooral in oude schooltuinen en buurtboomgaarden rond Utrecht, Ede en Enkhuizen. Mijn moeder zei altijd, als we vroeger langs zo’n appelboom reden: “Die eet je niet meteen, kind — die moet even liggen.” En gelijk had ze, want een paar weken narijpen in de schuur maakt de smaak echt zachter. al heb ik wel eens gewoon eentje uit de hand gegeten, op een verloren dinsdag in oktober.
Waarom zou je deze appel nog eten?
Heel simpel: hij is verrassend lekker, maar vooral verfrissend anders dan supermarktappels. Niet te zoet, maar met een bittertje wat je goed kan gebruiken in een herfsttaart, ovenschotel of zelfs als schijfje in je lokale Brand-biertje (ijskoud, uit de tuin — collega op de zaak beaamde dat het “best een goede combi” is).
- Boordevol lokale vitaminen en vezels — van hier en niet uit Nieuw-Zeeland ingevlogen.
- Prima te verwerken in moes, chutney of een eenvoudige appeltaart.
- Je helpt lokale boomgaarden én erfgoed behouden. Ja, dat klinkt wat zwaar, maar het is wel zo.

Zo vind je de Notarisappel (en wat doe je ermee?)
Het is even zoeken, toegegeven. Meestal vind je ze in oude wijktuinen, aan de rand van volksparken, of als vergeten exemplaren achter het station van Zwolle — beetje een zoektocht, net als geocaching zonder GPS. Op markten in Amersfoort of Alkmaar wijzen lokale handelaren je soms in de juiste richting, maar vraag ook gerust rond in je buurt-whatsapp, dat werkte voor mij vorige herfst.
Wat te doen met je buit? Probeer eens deze drie simpele dingen:
- Vers in partjes met wat kaneel — dat is mijn snelle snack thuis na werk.
- Maak er appelchips van: dun snijden, beetje citroen erover, 40 minuten op 120 graden in de oven.
- Of, zoals mijn buurman laatst deed, stop ze in een stoofpot met varkensvlees en tijm. Klinkt raar, smaakt geweldig — hoewel smaken verschillen…
Dus, wanneer was jouw laatste vergeten-appel-moment?
Misschien groeit er eentje naast je favoriete hardlooproute. Of heb je een dorpsgenoot die wel zo’n boom kent, maar het altijd “nog even wilde nakijken”. Mijn advies: houd je ogen open en geef deze Nederlandse appel een kans. je proeft echt iets wat niet in de schappen van Jumbo of AH ligt.
Ken jij zo’n oude appelboom, of heb je een tip? Deel het vooral hieronder — ik ben benieuwd of de Notarisappel jouw herfst ook verrassender maakt. In ieder geval: loop deze smakelijke groene klassieker niet zomaar voorbij. In het voorjaar bloeit hij mooier dan menige kers en in de herfst is hij van jou.
In ieder geval — zo’n vergeten appelsoort ruikt naar vroeger, smaakt naar nu. Nou ja, in mijn ervaring dan.



