Weet je nog dat kunstmest ooit als dé heilige graal voor tuiniers werd gezien? Inmiddels hoor je in tuincentra en op boerenerfjes vooral fluisteren over ‘regeneratieve grond’. Afgelopen maand sprak ik mijn buurman in de moestuin — die gebruikt al een jaar geen kunstmest meer. En volgens hem groeit er bij hem bijna alles als kool (oké, behalve wortels, maar daar klaagt iedereen in Groningen over). Wat is er aan de hand? Tijd om het uit te zoeken.
Waarom kunstmest uit de gratie raakt
Het leek ooit zo logisch: even wat blauwe korrels strooien, en hup — je tomaten zijn kampioenen. Maar het verhaal heeft een keerzijde. Bodemverarming, oma noemde het altijd al. Chemische meststoffen leveren snelle voeding, maar ze breken het bodemleven af. Planten groeien wel flink, maar elke oogst kost de aarde opnieuw een beetje kracht. En dat voelen niet alleen grote boeren — zelfs bij m’n moeder in Zwolle groeit de kropsla inmiddels bedenkelijk traag.
De waarde van grond zit hem niet alleen in mineralen, maar vooral in het geheel van wormen, schimmels en microleven. Wat je voedt met kunstmest, raakt makkelijk uit balans. Niet gek dat steeds meer Nederlandse tuinders op zoek zijn naar iets anders.
De opmars van de ‘levende’ bodem
Regeneratief telen — misschien zag je het afgelopen week al op NOS of in een podcast van Vroege Vogels. Het draait allemaal om de bodem gezond en rijk maken, zodat-ie zichzelf blijft voeden. Geen snelle trucjes, meer een soort sparen op een biologische spaarrekening.

Wat doen ze dan, die vernieuwers? Ze laten bodems rusten (geen grote schoffel meer door je tuin), planten vanggewassen, strooien compost uit de buurt — en verrijken met bokashi of wormenmest. Eén vriend in Utrecht zweert bij bodembedekkers: ‘Sinds ik klaver tussen de sla plant, heb ik veel minder slakken.’ Het werkt dus blijkbaar (al snap ik niet waarom de wortelvlieg dan nog niet verdwijnt, maar goed…).
Praktische tips voor jouw tuin
- Pauzeer de kunstmest. Vaak doen planten het met een beetje compost net zo goed, behalve als je supergrote pompoenen wilt kweken. Begin eens met een stukje tuin en vergelijk het verschil.
- Gooi je groenafval terug op de grond. Maaisel, bladeren, klein snoeiafval — allemaal gratis voeding voor wormen en schimmels.
- Bodembedekkers: niet alleen mooi, ook nuttig. Denk aan klaver, phacelia of zelfs calendula. Ze houden het vocht vast: scheelt sproeien tijdens droge weken (zoals vorige zomer).
- Laat de bodem met rust. Hoe minder je spit, hoe beter voor het bodemleven. Ik ben daar nog niet super consequent in, maar m’n collega zegt dat het écht uitmaakt.
Zag laatst bij een volkstuinier uit Eindhoven hoe hij zelf wormenmest maakt van oud koffiedik en groenteschillen. Hij gaf toe: ‘Het stinkt soms als je het te nat maakt.’ Dus: goed ventileren — tip van de week!

Twijfels en valkuilen? Je bent niet de enige
Eerlijk: ik ben nog niet helemaal overstag. Niet alles groeit meteen beter zonder kunstmest. Pompoen vond het vorig jaar maar niks — al kan dat ook aan de natte lente gelegen hebben. Mijn buurvrouw noemt het ‘terug naar vroeger’: minder kunstgrepen, meer geduld. Misschien werkt het niet voor iedereen, maar zelf merk ik dat de bodem onder mijn appelboom zachter en rijker wordt.
Lokale initiatieven en handige bronnen
In Drenthe loopt er al een pilot met buurttuinen die helemaal regeneratief werken — daarvan hoor je de komende maanden zeker meer. En als je meer wilt weten: check de nieuwsbrief van Natuurmonumenten, of sluit je aan bij een lokale permacultuurgroep. Daar delen mensen vaak gratis compost (of te veel courgettes, dat blijft een drama rond juli).
Dus… kunstmest exit?
Ik weet niet of kunstmest helemaal verdwijnt — misschien gebruiken sommige boerderijwinkels het nog af en toe. Maar de trend is duidelijk: meer bodem, minder blauwe korrels. Het kost wat tijd en geduld, maar als je foto’s ziet van tuinen met dikke lappen groen — je snapt opeens waarom.
Benieuwd of jij al ervaring hebt met deze aanpak? Deel vooral je tips of ervaringen hieronder — en misschien wisselen we deze zomer wel een pot wormenmest uit bij de lokale VVV. In ieder geval: succes met je groene avontuur — en laat vooral die bodem leven.



