Stel je voor: je eigen tuin, waar alles weelderig groeit — én je hoeft nauwelijks meer naar het tuincentrum voor dure voeding. Klinkt wat magisch? Toch is dit nu hét gesprek van de dag onder tuinliefhebbers in heel Nederland. Volgens een vriend van m’n moeder (tuinier in Drenthe) hoor je tegenwoordig bijna nergens anders meer over in volkstuinen en buurtschappen: zelf mest maken. Wat zit erachter en waarom is iedereen ineens zo druk met eigen brouwsel?
Waarom deze hype? Drie redenen op een rij
- Duurder leven, goedkoper tuinieren: Je merkt het zelf ook wel — alles wordt prijziger. Biologische meststoffen? Niet grappig meer, die prijzen.
- Groener geweten: Nederland is gek op recyclen, en tuinieren op restjes voelt ineens logisch. GFT + liefde = gezonde planten, wie had dat gedacht.
- Planten worden er soms echt beter van: Of het nu om tomaten van de buurman, je eigen appelboom of bloemen van de markt gaat… iedereen zegt: “Nog nooit zo mooi gezien.” Hoewel ja, misschien is het soms gewoon ‘geluk met het weer’.

Hoe werkt het eigenlijk? Simpel — maar niet altijd even fris
Eerlijk is eerlijk: zelf mest maken klinkt duurzaam, maar het is niet zo sexy als een potje uit de bouwmarkt. Wat je nodig hebt? Een compostbak of -hoop. Gooi er groenteafval, koffiedrab (vraagt m’n collega altijd naar — blijkbaar doet iedereen het), oude krantensnippers en wat gras doorheen. Afgedekt en af en toe omgeschept.
Veel mensen vergeten trouwens de juiste verhouding met bruin en groen materiaal, las ik laatst op een Haarlemse tuinblog. te veel grassprieten? Het gaat rotten — en reken maar dat je buren klagen (“Het ruikt weer!”). Teveel droge bladeren? Dan gebeurt er soms drie maanden niets.
Welke soorten zelfgemaakte mest zijn populair?
- Compost: De klassieker. Iedereen kent het — restjes uit de keuken + tuin = voedzame bodem.
- Brandnetelgier: Bloemetjes geplukt in mei, laten trekken in water. Volgens mijn zwager helpt het echt tegen bladluizen (hoewel, hij overdrijft soms, volgens mij…)
- Wormcompost: Hip in Amsterdam: een wormenhotel op je balkon. Goed voor de bodem én kinderen vinden het leuk om te voeren.

Wat levert het concreet op?
- Betere bodemstructuur, minder uitspoeling — geen idee hoe het werkt, maar de aardbeien van onze buurvrouw smaken echt lekkerder.
- Minder plastic afval, want: geen tuinzakken of wegwerpverpakkingen.
- Je plant wordt soms minder vatbaar voor ziekten, zeggen ze bij het tuincentrum in Amersfoort.
- Klein minpunt: fruitvliegjes. Je went eraan — of niet.
Tips voor beginners: zo start je zonder stress
- Begin klein. Echt waar: één emmer op het balkon is goed genoeg voor kruiden.
- Gebruik een plastic box met deksel — Action of HEMA verkoopt ze voor weinig.
- Geen vlees, zuivel of brood — dat trekt ongedierte aan, en dan komt er geheid gedoe van.
- Let op tussendoor mengen — anders krijg je van die vieze klonten.
- Denk aan je buren — als het ruikt, ga je het horen. Geur versnellers (lavendel?) werken soms wonderlijk.
Wat als je geen tuin hebt?
Goed nieuws: balkon, dakterras of zelfs een vensterbank is genoeg. In m’n vriendenapp delen we sinds kort foto’s van mini-wormenbakjes bij de radiatoren. Niet iedereen is fan, maar toch… steeds meer mensen doen mee. Misschien is het gewoon een trend, misschien een blijvertje — daar zijn de meningen over verdeeld.
In ieder geval, als je nog twijfelt: probeer het een maand. Wat mij betreft is het verrassend makkelijk en leuk om te merken hoeveel je kunt bereiken met keukengroen. En wie weet — straks deel je jouw zelfgemaakte compost met de hele straat.
Dus, ben jij al aan het mengen geslagen? Deel je ervaringen onder dit artikel — want iedereen heeft zo z’n eigen trucs, toch? In ieder geval: succes, en wie weet ruik je binnenkort het verschil!


