Weet je nog die ouderwetse tuinklauw die ooit in vrijwel elke Nederlandse schuur lag? Nou, feit: steeds meer ervaren tuinders laten dat ding links liggen. Op m’n volkstuin in Amersfoort hoorde ik vorige week weer zo’n sappige discussie. “M’n opa gebruikte ‘m altijd,” riep iemand, “maar m’n rug ging ervan naar de haaien.” Het is zo’n onderwerp waar je wat langer over nadenkt dan je misschien wilt—want waarom zijn de echte kenners zo eensgezind kritisch?
Het gereedschap waarover we het hebben
Voor wie even moet googelen: die ‘tuinklauw’ of ‘kuiltjesmaker’ is dat drie- of viertandige stalen ding waarmee je het liefst tussen je vaste planten schraapt. Ooit dé tool voor losse grond. Maar op de tuinvereniging in Utrecht noemen ze het al “de rugbreker”.

Wat is er mis met de tuinklauw?
Mee eens: op kleigrond lijkt het een uitkomst. Maar er zit een addertje onder het gras. Je draait en wrikt, maar je maakt vooral de bovenste laag van de aarde los. Mijn buurman op de tuin zegt: “Elk wormenhotel dat je tegenkomt, gaat eraan.” De bodemstructuur? Die is na een paar jaar helemaal uit balans.
- Bodemleven in de knel. Regenwormen, insecten, zelfs schimmels—ze willen rust, niet dat gewroet. Daar zijn inmiddels zat onderzoeken naar gedaan, trouwens.
- Rugklachten. Klopt: met het verkeerde gereedschap krijgt zelfs de fanatiekste hovenier op den duur last van zijn rug of schouders.
- Tijdverspilling? Veel mensen denken dat je grond flink moet losmaken. Maar volgens m’n oud-leraar van de Groenacademie hoeft dit bij veel tuintypes helemaal niet zo vaak als we geloven.
Is het dan dramatisch? Misschien niet voor iedereen, maar ik merk sinds ik m’n tuinklauw heb ingeruild voor een Japanse hoektand of gewoon m’n handen, dat alles gewoon wat makkelijker groeit. Kan toeval zijn hoor…
Wat zijn dan de alternatieven?
Hier is de crux: Nederlanders houden van efficiëntie. Gelukkig zijn er alternatieven die beter zijn voor je rug én voor de bodem.
- Woelvork – steekt verticaal, lift de aarde zonder alles helemaal te verstoren.
- Bodem bedekken – met karton of houtsnippers blijft de aarde los en kan je de regenwormen hun werk laten doen. Mijn collega uit Lisse zweert erbij.
- Niet spitten, wel mulchen – dat is zo’n moderne aanpak waar zelfs de buurvrouw van in de zeventig nu enthousiast over is.

Even praktisch: hoe ga je te werk?
Heel eerlijk, je hoeft er geen raketgeleerde voor te zijn. Hier wat stappen waar ik zelf bij zweer (oké, meestal doe ik het zo):
- Laat het grove gewoel met de tuinklauw zitten
- Bedek een leeg bed liefst direct met houtsnippers of bladeren
- Heb je compacte plekken? Gebruik een grelinette of een stevige vork, zonder te draaien
- Check in het voorjaar even de bodem: veerkrachtig? Laat vooral met rust
En ja, bij serieuze wildgroei pak ik soms toch even de oude klauw erbij—maar altijd met frisse tegenzin.
Dus… heeft de tuinklauw nog toekomst?
Ik weet het niet zeker. Misschien blijft het zo’n ding dat je erft van je opa, maar niet meer echt gebruikt. In mijn tuingroepje zijn bijna iedereen overgestapt op minder invasieve tools. Maar, er zijn vast oude rotten die erbij zweren — al heb ik de indruk dat hun planten er in stilte wat anders over denken.
In ieder geval: probeer het eens zonder die ouwe klauw. Wedden dat alleen je rug al je dankbaar is? En de regenwormen… die merk je pas op als ze er niet meer zijn.
Heb jij nog zo’n vergeten tuingereedschap? Of ben je juist fan van de ouderwetse methode? Laat van je horen in de reacties hieronder. In de tuin is immers niks ooit écht af…



