Op het terras zat ik laatst met een kop koffie — standaard ochtendritueel, buurvrouw Elske groet, alles zoals altijd. Maar ineens viel het me op: drie huizen verder groeit er iets, vol enthousiasme door de kieren van het trottoir, pinkt op in elke pot… En geen dure plantenbak of sierstruik. Nieuwsgierig geworden googelde ik — misschien een beetje te veel — en wat blijkt? Er is één soort zaad dat hier in Nederland bijna overal aanslaat, en niemand lijkt het echt te kennen. Wist u dit al? Kan best dat ik gewoon achterloop, maar goed…
Wat is dat mysterieuze zaad eigenlijk?
We hebben het over tuinkers (of, zoals sommige oudere noorderlingen zeggen: ‘kietelgras’). Ja, tuinkers! Dat kleine plantje uit je kindertijd — wist u dat het volwassen leven net zo makkelijk maakt? Zelfs mijn collega Judith had ‘m vorig jaar op de vensterbank gezaaid, gewoon in een oud boterkuipje. Het groeit als een malle, kost letterlijk een paar cent bij Jumbo of AH, en elke keer ziet het er gezond en fris uit.

Misschien vindt u het een ietwat suffe keuze, want tuinkers klinkt niet echt spannend. Maar luister, de tijden van exotische monstera’s zijn een beetje voorbij nu alles schreeuwend duur is geworden. Tuinkers daarentegen… die is er gewoon. Altijd.
Waarom zijn mensen hier eigenlijk jaloers op?
- Ongelooflijk makkelijk: Geen groene vingers? Dit zaad vergeeft alle klassieke fouten. Vergeet je water — geen drama, te veel water — groeit alsnog.
- Overal toepasbaar: In salade, op broodje kaas, bij de soep. Zelfs de snackbar bij ons in Oosterpark strooit soms wat tuinkers over hun patat mayo (ja, serieus).
- Binnen én buiten te zaaien: Of het nu maart is of november, als je een raam hebt — tuinkers laat zich niet tegenhouden.
- Kindvriendelijk: Mijn neefje vond zaaien ineens “best cool”, want je ziet echt elke dag verschil. Kleine mensen, grote inzichten.
Overigens — misschien is dat typisch Nederlands hoor — maar zodra één buur ermee begint, volgen er stiekem meer. Valt zelfs mijn moeder op, die altijd beweert dat ze ‘niets om plantjes geeft’.
Hoe begin je ermee zonder uren te prutsen?
Eigenlijk heel simpel, maar voor wie nog nooit durfde:
- Koop een zakje tuinkerszaad (vaak bij lokale supermarkt of tuincentrum, kost rond de 70 cent).
- Pak een ondiepe schaal of een leeg bakje — ik gebruik vaak zo’n plastic bakje van haring, kent u ze wel?
- Beetje watten, keukenpapier of gewoon aarde erin — niet te nat, niet te droog.
- Strooi dunnetjes het zaad. Niet op elkaar proppen, want dan groeit het rommelig.
- Zet het bij daglicht, liefst op de vensterbank.
- Elke ochtend even bevochtigen met een plantensproeier (of, eerlijk is eerlijk: soms vergeet ik het gewoon en gebeurt er alsnog niks fouts).

Na 5-7 dagen kunt u al knippen en proeven — supersnel dus. Recycle het bakje, zaai opnieuw, en klaar.
Zijn er dingen die kunnen mislukken?
Ik geef toe: niet alles gaat perfect. Soms schiet alles door, is het ineens paars uitgeslagen (te weinig licht), of vergeet ik ‘t water te geven. Maar daar leert u weer van. Mijn buurman klaagde laatst dat het “te snel groeide” — tja, echt een luxeprobleem. De tuinkers is vergevingsgezind, misschien daarom is het zo populair geworden in onze appgroep met buurtbewoners.
Praktische tips & lokale nostalgie
- Varieer eens: Gebruik eens roggebrood i.p.v. witbrood — Friezen zweren erbij.
- Mix: Combineer tuinkers met radijskiemen, geeft nét wat meer pit (tip van een collega uit Brabant).
- Laat kinderen labeltjes maken: Zeker als ze met woordjes oefenen — schijnt goed te zijn voor herkenning.
En voor wie denkt, “ik heb hier toch geen plek voor”: in oudere treinwagons vond je vroeger bij het raam kleine bakjes — daar deed mijn opa steevast tuinkers in. In het raamkozijn, midden in de Randstad, schijnt ‘ie het trouwens nog beter te doen. Maar goed, misschien is dat gewoon een familieverhaal, wie zal het zeggen.
Dus — zin in iets dat de buren jaloers maakt zonder een scheve hypotheek of dure pot? Probeer deze week tuinkers. Wedden dat u binnen een paar dagen niet alleen groen op tafel hebt, maar ook eens iets onverwachts op brood? In ieder geval blijft het verrassend leuk. En als u nog betere tips weet — deel ze gerust hieronder, ik leer graag bij. In ieder geval… zo doe ik het nu!



