Vorig weekend stond ik in de keuken — sla afgespoeld, de bladeren sprongen fris uit de kom — toen mijn buurvrouw vroeg: “Wat doe jij eigenlijk met al dat groenafval?” Eerlijk? Tot een jaar geleden ging alles naar de GFT. Maar toen hoorde ik van een oud-collega (levenslange volkstuinder) dat je veel keukenresten gewoon op je moestuin kunt gooien. Resultaat: mijn sla, vorig seizoen, werd echt belachelijk groot. Misschien was ik even in de war: gewoon schillen en restjes op de grond, zonder dure, ingewikkelde meststoffen? Toch werkte het.
Waarom zou je dure meststoffen kopen?
In elke tuinwinkel lachen felgekleurde zakken mest je toe — sommige met prijzen waar je spontaan van gaat zuchten. Maar de waarheid is: bijna alles wat je sla nodig heeft, ligt gewoon op je snijplank. Nou ja, niet letterlijk — maar u snapt m’n punt.
- Praktisch gratis — Het afval moet je toch al weggooien.
- Geen enge chemie — Je weet precies wat erin zit.
- Milieuvriendelijk — Minder transport, minder verpakking.

Welke keukenresten heeft je sla echt nodig?
Oké, niet alles werkt even goed. M’n moeder strooit soms sinaasappelschillen tussen de planten, maar volgens mij is dat meer ritueel dan feit. Zelf gebruik ik vooral:
- Aardappelschillen (ongekookt)
- Koffiedik (niet teveel!)
- Theebladeren, maar zonder zakjes (vraag niet waarom — zo werd het me geleerd)
- Bananenschil (in kleine stukjes, want ze trekken slakken aan… misschien alleen mijn tuin?)
- Lichtjes gekneusde uienschillen (maar niet als je net katten in de buurt hebt — ruikt dagenlang)
De truc? Fijn snijden of breken. Grote stukken verteren langzamer en soms blijft er een halve banaan liggen tot oktober. Ik heb dat één keer gehad — niet bijster fris.
Hoe begin je — en waar moet je een beetje op letten?
Ik begon gewoon met een apart bakje op het aanrecht. Alles wat overbleef van rauwe groenten — hop, apart. Binnen een paar dagen had ik een handvol resten, perfect voor een rijtje sla. Eerlijk: ik was bang voor ongedierte of rare geuren, maar viel best mee. Misschien, als je buren dichtbij wonen, is het verstandig de resten lichtjes onder de aarde te ‘verstoppen’.

tip van onze moestuin-appgroep: koffiedik eerst even laten drogen, anders krijg je schimmel (dat viel mij dus pas na een maand op). En bananenschillen — altijd klein maken. Echt. Niets trekt wespen zo aan als een halve zwarte banaan op verse sla.
Wat doet het met je sla? (En volgens de buurvrouw dan?)
Drie maanden terug begon ik met het experiment: gewone supermarkt-sla, wat aardappelschil en een handje koffiedik rond de voet. Bizar, maar de bladeren werden twee keer zo groot als voorgaande jaren. Nu, misschien had ik gewoon geluk. Maar mijn buurman — al jaren biologische tuinier — merkt hetzelfde. Minder ongedierte, meer volume. Hij zweert erbij, ik ben nog licht sceptisch. Maar eind september zaten we met een gezamenlijke salade die ik nauwelijks in een normale schaal kreeg.
Handige, snelle tips voor je eigen keukentuintje
- Gebruik alleen rauw, plantaardig materiaal — nooit vlees, zuivel, gekookt eten.
- Snij alles klein — hoe kleiner, hoe sneller het “verdwijnt”.
- Strooi niet direct tegen de planten aan — 5-10 cm afstand is genoeg.
- Zorg voor variatie: als je alleen banaan toevoegt, krijg je… banaansla?
- Doe het rustig aan — begin met kleine hoeveelheden per week.
In ons tuinforum zien mensen zelfs betere resultaten met simpele schillen dan met ‘perfecte’ meststoffen. Al weet niemand precies waarom alles zo goed werkt — misschien is het gewoon nuchter boerenverstand.
Dus, wilt u deze zomer een sla-plant waar je de buurvrouw jaloers mee maakt? Probeer het eens. Dan horen we graag wat er bij u belachelijk hard gaat groeien…



