Je hebt het misschien niet door, maar bijna iedereen in de straat kweekt courgettes. Op balkon, in de tuin, ergens in die grote blauwe bakken van het tuincentrum (bij ons zijn ze meestal van Intratuin, trouwens). En het grappige is: juist bij degenen die niet elke dag met de gieter rondsjouwen, zie je vaak de beste oogst. Hoe zit dat? Minder water en minder mest — dat klinkt tegenstrijdig, toch? Nou, volgens mijn buurman (die elk jaar kilo’s courgettes afgeeft in onze chatgroep) is dit bizar logisch.
Waarom courgettes goed gedijen op “arme” routine
Laten we eerlijk zijn: veel water geven voelt goed. Je hebt iets gedaan, de planten staan er lekker bij. Maar wat blijkt? Courgettes zijn geen diva’s. Ze houden juist van afwisseling — korte droogteperiodes afgewisseld met een flinke bui. Te veel water zorgt voor grote, waterige vruchten. En nog belangrijker: voor schimmels. Dat heb ik vorig jaar wel gemerkt, toen ik een lange vakantie had en de buurvrouw overdreef met water geven…

Hetzelfde geldt voor mest. Courgettes zijn hongerig, maar als je steeds maar bijmest, krijg je vooral veel blad, weinig vrucht. Een collega bij de volkstuin zweert er zelfs bij om alleen in het voorjaar te bemesten, daarna niet meer. Zijn theorie: de plant moet werken voor z’n eten, dan krijg je compactere, meer smaakvolle courgettes. Ik merk het verschil — hoewel misschien heb ik gewoon geluk, wie zal ’t zeggen…
Hoe minder water en minder mest eruitziet in de praktijk
- Begin goed: Meng wat compost of oude stalmest door de grond vóór het planten. Niet overdrijven: handvol per plant is zat.
- Water alleen als het moet: Steek je vinger in de grond. Plakt er aarde aan? Dan kun je rustig wachten. Droog tot twee knokkels diep? Dán pas water geven.
- Dikke mulchlaag: Stro, houtsnippers, of zelfs grasmaaisel rond de plant houden het vocht vast. Hoef je minder vaak te gieten.
- Geen impulsmest na juni: Tegen die tijd zit er genoeg voedsel in de bodem. Oplosmest? Ik gebruik het nooit meer sinds de oogst van 2021, toen alles gigantisch werd maar flauw smaakte.
Wat levert het op? Niet alleen minder werk
Volgens cijfers van Wageningen kan een courgetteplant prima door een Noord-Hollandse zomer met twee gieters per week — tenzij het weer helemaal wegdraait natuurlijk… Misschien heb je weleens gehoord dat minder waterige vruchten ook langer houdbaar zijn? Dat klopt echt. Een courgette uit ‘luie’ teelt ligt bij mij rustig twee weken op het aanrecht. Nog een voordeel: de smaak is intenser. Mijn moeder zegt altijd: “Zonder honger groeit niks lekkers.” Misschien bedoelt ze wat anders, maar bij haar uit de tuin proef je het verschil.

Toch twijfels of het werkt?
Ik snap dat je denkt: is dit wel voor iedereen? In Zuid-Limburg, waar de grond net een spons is, zul je misschien iets vaker moeten gieten. En zware wind in Zeeland gooit ook roet in het eten (dat vertelde een vriend vorige maand). Maar in een gewone stadstuin kun je echt uitproberen: houd je water- en mesthand elke week even in de broekzak. Minder doen, meer proeven — beetje het omgekeerde van wat reclames zeggen. In ons tuinteam Whatsapp hebben er nu drie die maar één keer per week water geven. Niemand klaagt over kleine courgettes. Dat zegt wel wat.
Voor wie dit vooral werkt (en voor wie niet)
Heb je zware kleigrond? Dan is té weinig water ook weer tricky — de bodem kan dan barsten. Zandgrond in Drenthe vraagt juist om die mulchlaag, anders is alles zo weer weg. Zelf kweken in pot? Let dan wel op, die drogen sneller uit. In het kort: beetje lef, beetje experimenteren. Courgettes kunnen veel hebben. En wie weet, misschien wordt het bij jou de grootste van de buurt. Of niet… Tja, dan moet je misschien toch die buurman even vragen.
Probeer het deze zomer eens — en laat weten hoe het bij jou gaat
Minder water, minder mest. Klinkt makkelijker dan het is, maar je zult versteld staan van de resultaten. En als jouw courgette-plant op mysterieuze wijze nog steeds klein blijft? Gooi het dan vooral in de chat. Wie weet wat we allemaal nog kunnen leren — of klagen over het weer, dat hoort erbij.
In ieder geval: succes in de tuin. Of, nou ja… in de “urban jungle” achter het huis.



