Wist je dat jouw favoriete kropsla steeds lastiger groeit zodra het kwik boven de 28 graden stijgt? Het klinkt haast overdreven, maar tuinexperts slaan echt alarm — de klassieke Hollandse sla lijkt stukje bij beetje een zeldzaamheid te worden, nu onze zomers steeds zuiderlijker aanvoelen. En ja, dat merk je zelfs in je eigen achtertuin. Op ons complex in Haarlem zijn de slaplanten al weken schreil en bitter.

Slaproblemen onder de Hollandse zon: zo zit het
Eigenlijk is het best ironisch: jaren hoorde je dat sla het ideale beginnersgewas is. Maar door de opwarmende zomers, die sinds vorig jaar echt grillige pieken laten zien (die dag in juni dat het 36°C werd — nog nooit zo’n dorre tuin gehad), is de meest gegeten sla van Nederland, kropsla, steeds moeilijker fatsoenlijk te oogsten. Volgens onderzoekers van de Wageningen Universiteit raakt sla al boven de 26°C ‘in de stress’, stopt met groeien of schiet zelfs direct door. Mijn buurman Jan — ras-moestuinier, 54 lentes — moppert: ‘Vroeger kon ik vier rondes kropsla doen, nu haal ik er met moeite twee.’ Voor de jonge slaplantjes is het grillige weer gewoon te extreem geworden.
Welke sla-varianten hebben het moeilijk?
- Kropsla (Lactuca sativa var. capitata) — de klassieker, geliefd om z’n zachte bladeren, maar nu snel taai en wrang als het te warm wordt
- Lollo Bionda/ Lollo Rossa — houden iets beter stand, maar worden ook mager
- IJsbergsla — vooral gevoelig voor verbranding en ziektes bij hitte
En het rare — bij biologische tuinen zie je ‘m het eerst verdwijnen. Schijnt dat biologisch gekweekte slaplanten gevoeliger reageren op weerstress. Mijn collega uit Utrecht zei laatst nog: ‘Alleen de gestoorde slasoorten redden het nog, de rest verpietert gewoon…’

Wat kun je doen? Drie praktische tips uit de praktijk
- Kies hittebestendige rassen. Op tuinfora werd laatst alweer de ‘Salanova Batavia’ geroemd — die blijft sappig tot zeker 33 graden. Of probeer de Aziatische ‘Mustard greens’ als alternatief: pittig, groeit als een malle zelfs als de sloot naast je tuin al droog ligt.
- Kweek op schaduwrijke plekken. Nee, niet alle groenten houden van volle zon. Mijn moeder zei altijd: “Geef die sla een parasolletje.” Bedenk dat een doek of een rij maisplanten als schaduwmaker wonderen doet.
- Vroeg oogsten. Slaplanten die de hitte richting juli en augustus in moeten, schieten vaak meteen door. Zet ze vooral in april en mei, en probeer te oogsten vóór het zinderend heet wordt.
En, eerlijk is eerlijk, soms helpt niks. Het gebeurt dat je investeert in duur zaaigoed — en na drie weken rest er enkel een sneu blad en de woede van een hongerige slak. In ons buurttuinen-appje gaan nu zelfs foto’s van sla onder paraplu’s rond. Kolder, maar misschien niet eens zo’n dom idee.
Alternatieven voor kropsla: wat werkt (misschien)?
Hoewel kropsla dus steeds lastiger gaat, zijn rucola, snijbiet en postelein volgens de kenners veel veerkrachtiger. Niet iedereen houdt van die pittige of soms ‘grondige’ smaken, ik ook niet altijd, maar zolang het groen is op je bord… Ook veldsla (mits goed vochtig gehouden) en Romeinse sla redden zich nog redelijk. Wie weet veranderd ons hele saladepalet de komende jaren — beetje bitter, beetje spannend, maar toch gezond.
Toekomst van de saladeklasieker: alles verandert, misschien ook onze smaak?
Of kropsla ooit weer volop op ons bord verschijnt, durf ik niet te voorspellen — misschien als het klimaat ineens weer “Hollands fris” wordt. Of anders gaan we gewoon massaal over op dat Zuid-Franse spul waar ze het daar zo goed mee doen. In ieder geval: wacht niet op een wonder. Experimenteer, ruil zaden in je buurt, vraag de lokale moestuinexpert om raad. Zomer zonder sla? Het zal wennen worden, maar er is leven na de kropsla… nu u.



